Hemels Sprookje

Hemels Sprookje

Lang lang gelee woonde er eens een heks op een berg. De heks had een grote moestuin vol geurende en helende kruiden. Ze bereidde daarvan magische medicijnen in haar grote kookpot. Met deze bijzondere dranken hielp zij de mensen in het dorp. Het dorp lag in het dal van de berg. Boven op haar berg was ze alleen. Zo was het goed. De mensen uit het dorp vonden haar een beetje eng. Ze was niet lelijk, had geen haakneus en bezemsteel ofzo. Toch dachten de bewoners dat de ze een beetje van het lotje getikt was. De heks nam dit voor lief en vond het wel rustig. Lekker. Alleen op haar berg. Met haar moestuin.

Als er iemand uit het dorp ziek was, werd de heks vaak om hulp gevraagd. Zo ging het ook bij Paulus. Paulus, de jongste van negen telgen, had een zware longontsteking te pakken. Hij hoestte het hele huis vol broers en zusjes, al nachtenlang wakker. Zijn moeder was als de dood dat hij iedereen aan zou steken.  Ze stuurde haar man op pad. 

Met knikkende knietjes klopte de vader van Paulus aan de deur van het huis op de berg. De heks reageerde niet met een poëtisch “knibbel knabbel knuisje” maar opende gewoon de deur en gaf zonder veel vervuilende woorden haar op maat gebrouwen medicijn mee voor Paulus.  De vader van de zieke stamelde beduusd: ”Hoe wist u dat..?” Maar de heks glimlachte slechts bescheiden en sloot met een aanmoedigend knikje haar deur zachtjes weer voor de man. 

De zieke Paulus was binnen een week alweer op de been en ravotte vrolijk met zijn vriendjes op het dorpsplein. Jaar in jaar uit werd Paulus groter en sterker. En nog groter en sterker. Sterker nog, hij werd sindsdien zelfs nooit meer ziek. Zijn fysieke kracht nam elk jaar toe. Op zijn 20ste was hij uitgegroeid tot een blakende, uit de kluiten gewassen kerel. 

Op een dag werd er wat harder op de deur van de heks geklopt. De heks schrok en knoeide per ongeluk wat van haar medicijn naast de stoof. Wie zou dat zijn? Ik verwacht geen zieke vandaag. Mijn gevoel zegt me dat er verandering in de lucht hangt. Ze doofde snel het vuur onder haar kookpot. 

Ze opende traag haar voordeur. Daar stond grote Paulus. Met vier identiek grof gevormde kerels voor haar deur. Allen met norse blik en de blauw-geaderde armen ferm over elkaar heen geslagen. De heks keek ze een voor een recht aan in de ogen en liet tot slot haar blik rusten op Paulus. “Ik ken jou”, zei ze. “Jij had ooit een zware longontsteking toen je klein was. Wat ben je groot geworden.” Ze lachte liefdevol naar hem. Paulus keek een beetje ontdaan. Hij wiebelde zenuwachtig op zijn schuiten van schoenen maar herstelde zich snel weer. 

Hij sprak de beladen woorden: “Heks. Ik weet niet waar je het over hebt. Ik ben hier om je mee te nemen. Onze oogst is mislukt en we hebben geen eten. Jij speelt onder een hoedje met de duivel. Hij ligt waarschijnlijk iedere nacht in jouw bed hier op de berg.  Jij kronkelt van genoegen en laat hem toe tot je diepste krochten. Heks. We weten dat jij zwarte magie tot leven brengt en we weten dat jouw Heidense praktijken onze oogst hebben vermorzeld tot het droogste onvruchtbaarste graan ooit. JIJ bent de oorzaak van onze mislukte oogst. Boeten zal jij voor jouw ketterse daden!” 

De heks werd aan haar golvende haren meegesleurd naar beneden. De berg af. Paulus en zijn mannen waren ontstelt dat ze niet schreeuwde van angst en pijn. Om uiting te geven aan hun frustratie vernederden ze haar woordeloos. Toen sleurden ze haar over dorens, wortels en takken rechtstreeks naar de Inquisitie. Ze werd prompt gedagvaard voor het Tribunaal. 

De vierde Paus Innocentius had -in al zijn onschuld- kort geleden besloten dat bij de verhoren van verdachten ook marteling was toegestaan.  Het verhoor was alom geen pretje. De heks werd door vier beulen gefolterd en de vele aanklachten weerkaatsten via alle muren van het vierkante dorpsplein naar haar hoofd. 

Eén van de inquisitoren adviseerde de heks tijdens deze martelingen middels een donderende preek. Als ze de heks “haar daden” zou toegeven en zich zou bekeren tot de kerk, zou ze alsnog belanden in de hemel. Nadat ze haar op de brandstapel in lichter laaie lieten opgaan.

De heks keek de man verwonderd aan vanaf de houten paal waaraan zij met handen en voeten vastgebonden was. 

Ze zei: “Maar beste man, ik wil helemaal niet naar de hemel!” Ze lichte toe: “De Aarde is mijn hemel. Mijn hoogste element. Uit de Aarde groeit mijn helende kruid. De Aardse moederkracht voedt ons allen, dag in dag uit. Ik aanbid een vrouwelijke Aarde, maar boven op mijn berg verenigde ik alle Elementen. Vanaf mijn berg zag ik dagelijks het bevlogen Vuur van de zon opkomen in het oosten. Het reflecterende Water stroomde oneindig door de rivier vanuit het westen. Ik beschouwde de heldere Lucht in het noorden recht boven mij. En de veilige Aarde onder mijn voeten, ten zuiden. Alles is aanwezig hier, overal om ons heen.” 

“De hemel is op Aarde.” 

Ze sprak verder: “ Beste man, u aanbidt slechts het element Lucht. Een mannelijke kracht. Hoog verheven, ver weg en onzichtbaar voor de mensen. Er wordt in uw leer geen balans gezocht met de vrouwelijke energie van de Aarde en de heide, mijn Heidense leer. U zegt dat het leven op Aarde een lijdensweg is en het lichaam zondig. Het doel is in de hemel komen. Maar is dat niet ondankbaar naar alles wat ons hier op Aarde is gegeven?” Ze keek de inquisitor vragend aan. “Zonder Aarde kan een hemel toch niet bestaan? De tegenpolen definiëren elkaar. Zonder Lucht kan er geen Vuur branden. Zonder Water kunnen we het Vuur niet balanceren. En zonder Aarde, Zon en Water kunnen we geen gezonde gewassen laten groeien tot hoog in de Lucht.” 

De grote Paulus, die tussen de menigte stond toe te kijken, voelde zich plotseling klein worden en werd overrompeld door een immense liefde voor deze vrouw. Een niets ontzeggende golf van ontroering stootte krachtig door zijn lijf. Liefde voor de moeder die zijn moeder niet was. Zijn Aardse Engel. Hij begon hevig te trillen en liep snel naar een beschut erkertje achteraan het dorpsplein. 

Hij zag vanuit de spelonken van zijn ziel dat de heks langzaam in brand werd gestoken door de vier beulen. Rondom de mensenmassa. Doodse stilte overschaduwde het plein. De normaal gesproken uitzinnige menigte was volledig verstomd door de woorden van de mooie heks.

Ze onderging de vlammen kalm en met een grootse sereniteit. De Stoïcijnse filosoof Zeno zou van haar onder de indruk zijn geweest. Ze sprak vol krachtige rust tot de Elementen. Haar natuurlijke geloof verrees tot een Etherisch niveau. Al dat om haar heen was opgestookt en aangesticht liet zij links liggen. Zij had vrede met het feit dat zij geen invloed meer had op externe beroeringen. Zij wist diep van binnen dat ze de mensen op het plein had geraakt met haar woorden. In het bijzonder Paulus. De heks had op haar beurt een vuurtje ontstoken bij hen die wilden ontvangen en de fakkel zouden doorgeven. 

Het lichaam van de heks transformeerde in de oranje vlammenzee. Dansend namen de vuurgolven haar mee. Haar as dwarrelde neer en ze werd wederom één met haar hemel, de Aarde.

En gelukkig leefden haar woorden nog lang. 

0 Shares

Annemarie Roozenboom

Owner ChillmamaChill Annemarieroozenboom.com

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top
0 Shares
Share
Share